Ik ben geen kaskraker, ik ben een B-film

,
Het woord: B-film. Daarnaast zie je een illustratie van een filmrol met één beeld. Dat beeld is een illustratie van mij als superwomen. Met een pen in mijn hand vlieg ik door de lucht.

Het is altijd een ramp.
Een film kiezen met het gezin.

Zoon I wil sci-fi. Zoon II en de-man-die-mij-snapt een komedie. Ik roep: “Zolang het maar zonder bloed is”.

En dan vinden we Super Lopez. Die voldoet aan alle voorwaarden. Het is een Spaanse parodie op Superman. Lopez moet zijn krachten geheim houden, maar niet omdat dat zo hoort als je een superheld bent. Of omdat zijn klasgenoten hem maar raar zouden vinden.

Zijn vader legt het uit: “Luister, in dit land kun je alleen gelukkig zijn als je gemiddeld bent.”

Ik ben het tegenovergestelde

Ik ben gemiddeld.

Maar dat verberg ik. Want in dit land kun je alleen gelukkig zijn als je je superpowers toont.

Daarom zijn we topsporters

“Kom op, kom op, kom op”, roept de zwemcoach.

Ik zal nooit sneller crawlen dan de twintigers in baan 1. Dan de fanaten die trainen voor hun eerste triatlon. Of de senioren die vroeger op wedstrijdzwemmen zaten.

Maar ik kan verdorie nog wel van mezelf winnen, denk ik.

Ik versnel mijn armslag, ook al voelt het water als stroop. Ik zet extra aan met mijn benen, ook al liggen ze liever op de chaise longue. En ik adem 1 op 5, ook al wordt het zwart voor mijn ogen.

Daarom zijn we succesvol

Douchen. Afdrogen. Deo.
Rok? Chino? Nee, G-Star jurk.

Laptop. Bril. Notitieblok.
Klik klik, ja die pen doet het. Hup, alles in de tas.

Ooglijntje op. Even rustig, anders wordt het een stippellijn.

Haar. Mijn haar. Nou, zo moet het maar.

Ik trek gympies aan. Jas aan. Waze aan.

A2. Afrit Woerden. Parkeren.

Gympies uit. Mijn neus tegen het stuur: ik wurm op gevoel mijn hakken aan.

Ik wandel naar de ingang alsof ik nooit iets anders draag. De achterwand van de lift is een spiegel. Oké, Bien: schouders omlaag, kin in, nek lang. Lippenstift in orde? En glimlachen.

Ik veeg mijn klamme handen af aan mijn jas en stap de lift uit.

Daarom zijn we bikkels

Italië. We wandelen bij Monte Baldo.

Rechts van mij is een afgrond. Dat is in werkelijkheid een glooiende heuvel. We moeten zijwaarts over een richel. Dat is in werkelijkheid een pad waarop je makkelijk met z’n tweeën naast elkaar kunt lopen.

Ik loop door, maar zo veel mogelijk naar links en de-man-die-mij-snapt moet mijn hand vasthouden.

Hij doet of hij het schattig vindt.
Want we hebben net verkering.
Dan doe je dat.

Heel veel dapperder ben ik nooit geworden.

Ik ben een B-film

In de kaskraker Super Bien: A Magnificent Life zou ik een basejumper zijn die van de Sapphire Toren in Istanbul springt. Maar ik ben geen kaskraker. Ik ben een B-film.

Mijn doelen liggen laag bij de grond. In mijn schrijfhoekje. Waar ik gewoon mezelf kan zijn.

Dat vind ík nou fijn.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *